‘Ik zit momenteel even niet zo lekker in mijn vel. Dat komt omdat de coach van mijn coach een burn-out heeft. Daardoor heeft mijn coach al een tijdje geen coaching meer gehad, wat invloed heeft op de kwaliteit van zijn werk. En daar pluk ik nu de zure vruchten van…’ Dit citaat uit een cabaret-sketch is tekenend voor de huidige tijd. Het is ogenschijnlijk volstrekt normaal geworden om de verantwoordelijkheid voor je eigen geestelijk en lichamelijk welzijn buiten jezelf te leggen. ‘Ik voel me niet zo lekker dokter, wat gaat u daar aan doen?’
Zorgverleners zijn vaak te goeder trouw en zich de kromheid van deze houding niet eens bewust, de industrie achter hen is dat des te meer. Sterker nog, die is maar al te graag bereid jou, mij en de gehele mensheid nog iets verder van de wal in de sloot te helpen. Alles in het belang van de winst. ‘Ah u heeft hartproblemen, dan schrijven we u een bloedverdunner voor. Daar krijgt u weliswaar maagzweren van, maar daar hebben we maagbeschermers voor. En mocht u daar vervolgens buikpijn en diarree van krijgen, dan hebben we ook daar weer een middeltje voor…’ Het enige dat je hart waarschijnlijk nodig had, was liefdevolle aandacht. En meer rust, meer tijd voor jezelf, voor je eigen spirituele ontwikkeling, je eigen innerlijke groei. En met die groei, neemt het vertrouwen in jezelf toe. En zal je ontdekken dat niet jij gek bent, maar de wereld om je heen.
Het volgende citaat komt uit het boekje ‘Wat is goed, wat is kwaad?’ van Bruno-Paul De Roeck. ‘Als mensen problemen hebben, dan is dat meestal geen teken dat ze ziek zijn, maar dat ze gezond zijn. Innerlijke conflictsituaties en crises duiden op leven. Op identiteit. Op overgang van een fase naar een andere. Op protest tegen dingen die vaak protest verdienen. Op het besluit om (voorlopig) onbeweeglijk en besluiteloos te zijn. Op confrontatie met dingen die niet zomaar een verbeelding, maar écht eng zijn: warenhuizen, trams, liften, flatgalerijen, wespen, mensen… Als mensen problemen hebben, dan moeten zij aangesproken worden als gezonde mensen. Op hun kracht en creativiteit. Hun probleem is niet iets dat ‘weggenomen’ moet worden zoals een kwaadaardig gezwel. Het is een signaal dat aandacht vraagt voor deze mens.’

Vervolgens beschrijft de auteur dat je met je problemen als eerste bij jezelf te rade moet gaan. ‘Veel zware problemen nemen weer alledaagse afmetingen aan zodra we weer wat aandacht en liefde en zorg geven aan onszelf. (…) De taak van welzijnswerkers zal er mijns inziens voor het grootste deel uit moeten bestaan om mensen weer terug te verwijzen naar deze eerste en voornaamste bevoegde en gekwalificeerde instantie (de ‘echte’ eerste lijn)’: jezelf.
Kom je er zelf echt niet uit, dan noemt Bruno-Paul De Roeck als optie twee: ‘De omgeving (mantelzorg en zelfhulpgroepen). De warmte en de ervaringsdeskundigheid van buren, familie, dorpsbewoners, andere cliënten.’ Pas als derde optie noemt hij: ‘De deskundige beroepslieden (professionele zorg). In laatste instantie en voor zo kort mogelijke tijd (…) In zeer uitzonderlijke gevallen kunnen zij ‘een eindje meelopen’. Nooit lang. Want als zij meelopen, loopt de cliënt ook mee. En de cliënt moet niet leren mee-lopen, maar lopen.’

Het lijkt sinds Bruno-Paul de Roeck deze zienswijze een halve eeuw geleden op papier zette alleen nog maar ‘gewoner’ geworden om met problemen bij een psychiater, therapeut of coach aan te kloppen: die heeft er immers voor geleerd, die heeft er verstand van, die betaal je voor zijn of haar diensten. Het gevolg hiervan is de hoop en de verwachting dat de oplossing voor je problemen dan ook van deze professional zal komen. Terwijl de werkelijke oplossing eigenlijk altijd in jezelf zit en vaak begint met het inzicht dat we als mensheid collectief met trauma’s opgezadeld zitten. Dat je er dus niet alleen voor staat en ook dat daarmee feitelijk iedereen ervaringsdeskundig is. Dus dat de eerste gang, wanneer je het zelf echt even niet meer ziet zitten, naar een vriendelijke buurman of buurvrouw of familielid kan zijn: ‘Ik red het even niet meer, mag ik bij je komen praten’. ‘Natuurlijk, kom binnen, ik zag je al langer ploeteren, fijn dat je er bent.’
Over Bruno-Paul De Roeck
Bruno Paul De Roeck (1930-2012) was een Vlaamse priester, schrijver, psychotherapeut en kunstenaar. Hij werd in de jaren ’70 bekend door zijn toegankelijke boekjes over gestalttherapie: ‘Gras onder mijn voeten’, ‘De loernoot’ en ‘Wat is goed, wat is kwaad?’ De Roeck schreef graag over ‘bedenkelijke dingen’. ‘Het bedenkelijke is iets wat te denken geeft en de gemoedsrust kan verstoren.’ Hij stimuleerde mensen hun eigen kracht te ontdekken. ‘Niet in het rijtje lopen, trots de eigen weg zoeken en gaan. Braaf is saai en vervelend.’




