Hulde voor deze haan

Het is hoogzomer en warm, erg warm. De thermometer in de schaduw gaat richting 40 graden. Op het erf scharrelen onze kippen, een toompje Groninger meeuwen, rustig rond in de schaduw van de oude notenboom. Met hun krachtige poten krabben ze in de losse grond op zoek naar wormpjes en ander eetbaar spul. Ik ben bij de achtergevel met een klusje bezig als de haan zich plotseling losmaakt van het groepje en naar me toe komt. In een rechte lijn loopt hij op me af en stopt pas als hij op niet minder dan een halve meter van mijn kuiten is verwijderd.

Door de jaren heen heb ik verschillende kippenrassen gehad. Naamloze krielen in mijn tienertijd, die me lieten kennismaken met de vreugde van eigen eitjes en later fraaie donkere Barnevelders, een jaar of wat Groninger meeuwen en heel lang Noord-Hollandse blauwe hoenders. Een vriend attendeerde me indertijd op dat ras, omdat hij wist dat ik niet alleen graag eigen eieren, maar ook graag kippenvlees eet. En inderdaad; het vlees van deze grijsblauwe kip uit mijn geboortestreek is werkelijk bijzonder smaakvol.

Toch wilde ik op een zeker moment wel weer eens iets anders en zo kwam afgelopen najaar de Groninger meeuw terug op onze boerderij: drie jonge hennen en een haan. Ik haalde ze op bij fokker Edgar de Poel, die me aan zijn keukentafel deelgenoot maakte van zijn fokkers-filosofie. “Een dier moet boven alles gezond en in hoge mate zelfredzaam zijn. Dat betekent dat je bij zeldzamere soorten af en toe met een verwant ras zult moeten inkruisen. Zo zit er in mijn Groninger meeuwen ook Oost-Friese meeuwen- en Chaams hoender bloed. Ze lopen hier vrij rond en ik voer ze alleen wat tarwe bij. Een kip die daar niet tegen kan, die redt het hier niet, zo selecteert het zichzelf uit.”

De ‘de Poel-meeuwen’ hebben me sinds hun komst regelmatig positief verrast. Nadat we één van de hennen in een leegstaand konijnenhok een tiental eieren hadden laten uitbroeden, wilde ik haar en haar kuikens, toen die een paar dagen oud waren, weer terugzetten bij de andere dieren. Maar hoe zou de haan reageren? Ik had ooit eens gehoord of gelezen dat een haan agressief kan zijn naar kuikens, ze als indringers kan beschouwen en zelfs kan verwonden en doden. En deze haan was een nadrukkelijk aanwezig heerschap. Maar tjee wat reageerde hij mooi! Zodra ik de hen en haar kuikens op de grond had neergezet, nam hij positie in tussen mij en de jonge diertjes. Hij ging ze onmiddellijk beschermen en bleef dat doen, ook toen de moeder na verloop van tijd meer afstand van haar opgroeiende kroost ging nemen.

Toen er enige tijd later weer een hen broeds werd, en we niet nog een keer kuikens wilden, zetten we deze kip in een kaal leeg konijnenhok met als doel de broedsheid snel over te laten gaan. De haan was het daar echter niet mee eens. Hij wilde de hen onder zijn eigen hoede houden en zat die dagen regelmatig een poos boven op het konijnenhok. Zo kon hij voor zijn gevoel toch over haar waken.

En nu is hij dus naar me toe gelopen en kijkt me met zijn donkere ogen indringend aan. Hij staat zo dichtbij dat het zelfs een beetje ongemakkelijk aanvoelt, alsof hij in mijn energieveld, in mijn aura is gestapt. Dan hoor ik een vraag in mijn hoofd, of eigenlijk is het meer een beeld dat ik zie. Ik zie mezelf een emmer water vullen – helemaal tot de rand – en die voor de kippen op de grond neerzetten. Dat ‘helemaal tot de rand’ is belangrijk voel ik, omdat de kuikens nog niet zo groot zijn en anders niet bij het water kunnen.

Ondanks dat ik weet dat er in het kippenhok gewoon schoon water voor ze is, besluit ik toch op de vraag van de haan in te gaan. Ik vul een emmer tot de rand toe vol en zet deze vervolgens op de grond. De haan, die mijn handelingen aandachtig volgde, maakt een paar duidelijk hoorbare geluidjes. De kippen, nog steeds onder de notenboom, reageren direct en stoppen met wat ze aan het doen zijn. Ze komen een voor een op ons af en lopen linea recta naar de emmer water. Dan gaat de eerste drinken, vrijwel direct gevolgd door een tweede. Nu zijn ook de kuikens gearriveerd en ja, op hun tenen, kunnen ook zij bij de glinsterende waterspiegel.

Precies zoals ik het kort daarvoor voor mijn geestesoog gezien heb, drinken ze het koele water uit de emmer. De haan bekijkt dit alles vanaf een afstandje. En dan, als de kippen en alle kuikens klaar met drinken zijn, stapt hij zelf op de emmer af om rustig en bedaard ook wat slokjes te nemen. En ik? Ik heb het tafereel met verwondering gade geslagen en ben diep onder de indruk. Wat een geweldige kerel, die Groninger meeuw haan. Hij heeft me iets willen vertellen, iets willen regelen voor zijn dames en de kuikens en ik heb hem verstaan en er naar gehandeld! Hulde voor deze haan en voor het hele rijke leven!

error: Content is protected !!